Het onderwijs op de School van de Toekomst

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nulla sollicitudin pellentesque nibh non viverra. Phasellus blandit enim lorem, vitae convallis mi dignissim sed.

2.1 Visie op onderwijs

De wereld van morgen vraagt om mensen die zelf nadenken, beslissingen nemen, zelfverantwoordelijk zijn, hun talenten gebruiken en duurzaam gedrag vertonen. En tegelijkertijd hebben we mensen nodig met een maatschappelijk bewustzijn, die zich bewust zijn van wat anderen nodig hebben om in de maatschappij vooruit te kunnen.
Er wordt een beroep gedaan op de volgende vakoverstijgende vaardigheden:

  • kennisconstructie 
  • samenwerken  
  • probleemoplossend vermogen 
  • digitale geletterdheid 
  • creativiteit

Op onze jenaplanlocatie maken we dit concreet in de jenaplanessenties.

In een veilige setting ontwikkelen onze leerlingen hun sociaal-emotionele vaardigheden: 

  • reflecteren op eigen gedrag
  • voor jezelf opkomen
  • zelfvertrouwen ontwikkelen
  • zelf betrouwbaar zijn en anderen vertrouwen
  • eigen keuzes maken
  • complimenten geven en kunnen ontvangen
  • relaties aangaan en onderhouden. 

Ons onderwijs leidt tot brede vorming. Daarbij gaat het niet alleen om de kwalificatie voor een vervolgopleiding, maar ook om leren samenleven en deelnemen aan de maatschappij. Wij geloven in ‘leren-leren’, in combinatie met het aanbrengen van brede basiskennis en vaardigheden. We maken leerlingen bewust van hun eigen kwaliteiten en interesses en leren ze sturing te geven aan hun eigen ontwikkeling. Zo ontwikkelen leerlingen veerkracht en adaptief vermogen en blijven ze in staat hun talenten te benutten en ontwikkelen. Voor ons is kunst- en cultuuronderwijs bij uitstek een manier om jezelf, de ander en de wereld beter te leren kennen. Kunst en cultuur daagt uit om met een open en onderzoekende houding grenzen te verleggen en stimuleert het creatief denken.
Door onze internationale oriëntatie dragen we bij aan het (wereld)burgerschap van onze leerlingen. Denk aan ons tweetalig onderwijs, het ontwikkelen van een portfolio en internationalisering (uitwisseling van leerlingen). Ons onderwijs krijgt vorm binnen en buiten de school. Hierbij werken we intensief samen met ouders, collega-onderwijsinstellingen en partners.   

Zelfverantwoordelijk leren
We denken in en handelen vanuit (leer)doelen. Daardoor verschuift de focus van onderwijzen naar leren. Zo komen we tegemoet aan de veranderende behoeften. Elk kind is anders en vraagt om een pedagogisch-didactische benadering die rechtdoet aan het individu én aan de groep. Leerlingen ontwikkelen samen met anderen een zelfverantwoordelijke houding. Ze leren doelen stellen en deze te realiseren. Leerlingen hebben iets te kiezen. 
De docent is vakinhoudelijk en didactisch-coachend actief en volgt de ontwikkelingen van leerlingen op de voet. Hij stimuleert de aanwezige betrokkenheid, creativiteit, ondernemingszin, nieuwsgierigheid en het zelfverantwoordelijk leren. Het denken en handelen vanuit leerdoelen vraagt om een aanpassing van het toetsbeleid en de toetspraktijk; waar staat de leerling ten opzichte van de leerdoelen. Toetsinstrumenten maken het leren van de leerlingen zichtbaar en geven handvatten voor de te nemen vervolgstappen.

Voor het toelatings-, bevorderings- en verwijderingsbeleid verwijzen we naar de schoolgids. 

De toekomstnotitie beschrijft hoe de visie op onderwijs in de praktijk wordt uitgewerkt in de profilering van de locatie Stevensbeek en de locatie Boxmeer. Denk hierbij aan het jenaplanconcept, TTO, Atelier, kunst en cultuurprofiel, LOB, Techlabs en het praktijk- en beroepsgericht programma.

Meer weten? > Lees onze Notitie Toekomst metameer, Metameer: de school van de toekomst.

 

2.2 Basisvaardigheden

2.2.1 Taal
We vergroten de taalvaardigheid van onze leerlingen onder andere door aandacht te geven aan leesmotivatie en het creëren van betekenisvolle talige contexten bij de vakken. Alle docenten dragen gericht bij aan het vergroten van de taalvaardigheid. We volgen leerlingen aan de hand van taalopdrachten en gestandaardiseerde toetsen (Cito). Op basis van deze data passen we waar nodig het onderwijs aan en bekijkt de docent Nederlands in overleg met mentor en ondersteuningscoördinator of er ondersteuning nodig is. [Link Taalbeleid]

Meer weten? > Lees ons Taalbeleid.
 

2.2.2 Rekenen
Alle docenten die zich bezighouden met rekenvaardigheid zijn vooral betrokken bij het aanleren, gebruiken, consolideren en onderhouden van de rekenvaardigheid. Het gebruiken en onderhouden van de rekenvaardigheid vinden voor een belangrijk deel plaats tijdens het toepassen in andere leergebieden en praktijksituaties. De aanpak die bij rekenen is aangeleerd gebruiken we bij alle vakken. Mentoren en docenten wiskunde van klas 1, 2 en 3 monitoren de rekenresultaten met behulp van de volgtoetsen van Cito. Op basis van deze data passen we waar nodig het onderwijs aan. De rekendocent bekijkt in overleg met de mentor en de ondersteuningscoördinator of er ondersteuning nodig is.

Meer weten? > Lees ons Rekenbeleid.

 

2.2.3 (Wereld)burgerschap
Christelijke normen en waarden vormen de basis voor de omgang met elkaar en de omgeving. Leerlingen en medewerkers van elke gezindte zijn welkom. Leerlingen maken kennis met verschillende levensbeschouwelijke opvattingen en met diverse vormen van levensbeschouwing. Zo leren ze verschillen in zienswijzen op de juiste waarde in te schatten en ruimte voor elkaar te creëren. De school is onderdeel van onze samenleving die in allerlei opzichten divers is. Ons onderwijs heeft gerichte aandacht voor deze diversiteit en kansengelijkheid. Leerlingen leren een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de maatschappij.  Daarbij is het essentieel dat zij zichzelf ontwikkelen, ontdekken hoe zij zich verhouden tot anderen, omgaan met verschillen en hoe zij reflecteren op hun eigen handelen. Daarom is burgerschap geen apart vak, maar is het verweven in de vakken en de jaarlagen. Bij internationalisering kijken we met onze leerlingen over grenzen heen en werken we aan wereldburgerschap. Leerlingen leren hoe ze actief onderdeel zijn van een pluriforme, democratische samenleving. Wereldburgerschap en internationalisering zijn kenmerkend voor ons tto-onderwijs.

Meer weten? > Lees ons Beleidsplan TTO.

2.2.4 Digitale geletterdheid
Onze leerlingen leren actief, verantwoordelijk en zelfstandig deel te nemen in onze digitale samenleving waarin technologie en media een belangrijke plaats innemen. Daarom is het nodig dat zij digitaal geletterd zijn. Leerlingen leren over digitale technologie en hoe ze deze toepassen. Ze werken aan praktische ICT-vaardigheden, mediawijsheid, digitale informatievaardigheden en computational thinking.
 

2.3 Onderwijs en digitalisering 
Digitalisering ondersteunt het zelfverantwoordelijk leren. Het maakt het mogelijk om rekening te houden met verschillen tussen leerlingen in hun onderwijsbehoeften en leerstrategieën. Dit betekent dat er aandacht is voor de digitale geletterdheid van onze leerlingen en medewerkers. Digitalisering vergemakkelijkt het volgen van individuele vorderingen en kan het routinematig handelen van docenten uit handen nemen. We focussen ons op de inzet van digitalisering daar waar dit ruimte creëert voor meer interactie tussen de leerling en docent. Bij de inzet van digitale technologie vragen we ons voortdurend af of we recht blijven doen aan essentiële onderwijswaarden. Denk hierbij aan betekenisvol contact, de professionele autonomie van de docent, kansengelijkheid, inclusiviteit, vrije ruimte in het onderwijs, vrije tijd, benaderd worden met een open blik en ruimte om te oefenen en fouten te mogen maken. 

Digitalisering beïnvloedt de vormgeving van het curriculum, het pedagogisch en didactisch handelen en toetsing. De wereld digitaliseert in een hoog tempo, daarom ontwikkelen wij steeds mee. Zo ontwikkelen we onderwijs dat minder plaats- en tijdgebonden is en behouden we een aantrekkelijk onderwijsaanbod ondanks het dalend aantal leerlingen en het lerarentekort. 

Meer weten over ICT en onderwijsontwikkeling? > Lees ons ICT Beleidsplan.

 

2.4 Ambitie 

  • De vier basisvaardigheden zijn herkenbaar in de dagelijkse onderwijspraktijk.
  • Leerlingen en collega’s hebben in hun leerroute meer ruimte om keuzes te maken in het wat, waar en hoe.
  • Leerlingen stellen in de onderbouw een portfolio samen voor burgerschap inclusief de kerndoelen van levensbeschouwing vergelijkbaar met dat van het TTO.